Leestip: tien redenen waarom we een verkeerd beeld hebben van de wereld en waarom het beter gaat dan je denkt

Gepost door An Degryse

Op eenvoudige vragen over wereldwijde trends geven we systematisch de verkeerde antwoorden. In Feitenkennis legt H. Rosling uit waarom dit gebeurt. Hij presenteert daarbij tien redenen en komt zo met een nieuwe verklaring.


Waarom scoren zo veel mensen slecht op feitelijke vragen over de wereld? Dit wordt niet veroorzaakt door verouderde kennis, maar door de manier waarop onze hersenen werken. Ons brein is het product van miljoenen jaren evolutie. Het ontwikkelde diverse instincten die duizenden jaren nuttig waren; maar we leven nu in een andere wereld. We hebben die instincten weliswaar nog steeds nodig om de wereld betekenis te kunnen geven en ons door de dag heen te helpen, maar we moeten wel leren om ze in de hand te houden.

1. Het kloofinstinct

Het belangrijkste instinct waarmee we moeten oppassen is het kloofinstinct. Dit is de onweerstaanbare neiging om van alles in te delen in twee afzonderlijke en vaak tegengestelde groepen met daartussen een imaginaire kloof. De ergste neiging is dat we de wereld soms indelen in 2 misleidende vakken, nl. rijk en arm.  De tweedeling ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen is evenwel al lang voorbijgestreefd. We kunnen beter spreken over vier levels (inkomensniveaus):

Level 1: 1 à 2 dollar per dag; extreme armoede; veel kinderen; lage levensverwachting.

Level 2: 2 à 8 dollar per dag; minder armoede; wel nog onzekerheid; gasfornuis; elektriciteit, school.

Level 3: 8 à 32 dollar per dag; 16u per dag werken; waterleiding; stabiele elektriciteit; middelbare school.

Level 4: meer dan 32 dollar per dag: 12 jaar onderwijs; auto; vliegvakantie; warm water; goede job.

Tot 200 jaar geleden leefde 85 % van de wereldbevolking op Level 1. Nu leeft de overgrote meerderheid van de mensen op Level 2 of Level 3. Om het kloofinstinct in bedwang te houden moeten we kijken op welk level de meerderheid zich bevindt. Bovendien moeten we 3 waarschuwingen in acht nemen:

-       Pas op voor vergelijkingen van gemiddelden. Als we alle data bekijken, blijkt meestal dat die data elkaar overlappen. Dus geen kloof!

-       Pas op met vergelijkingen van uitersten. Soms is het verschil tussen heel arm en heel rijk erg groot, maar zelfs dan zit de meerderheid tussenin.

-       Pas op met vogelperspectief. Van bovenaf is het uitzicht dikwijls vertekend. Alles lijkt even laag, maar dat is niet het geval. Op Level 4 betekent 3 dollar meer per dag weinig, maar op Level 1 betekent dat een wereld van verschil.

2. Het negativiteitsinstinct

We hebben de neiging om eerder het slechte te zien dan het goede. Uit een bevraging in 30 landen blijkt dat in elk land meer dan de helft van oordeel is dat de wereld als geheel erop achteruitgaat. Dit is onterecht. Zo is het aantal mensen in extreme armoede gedaald van 85 % in 1800 tot 9 % in 2017.

De levensverwachting was tienduizenden jaren rond de 30 jaar. In 1800 was dat 31 jaar. Vooral na 1950 ging ze stijgen. Nu is de levensverwachting 72 jaar.

Dit zijn enkele markante verbeteringen van de voorbije decennia:

-       Legale slavernij: van 193 landen(1800) tot 3 landen (2017).

-       Kindersterfte voor de 5e verjaardag: van 44 % (1800) tot 4 % (2016).

-       Prijs zonnepanelen (per energie-eenheid): van 66 dollar (1976) tot 0,6 dollar (2016).  

-       Doden door conflicten per 100.000 mensen: van 201 (1942) tot 1 (2016).

-       Doden bij vliegtuigongevallen per 10 miljard passagiersmijlen: van 2100 (1933) tot 1.

-       Doden door rampen (gemiddeld per jaar): van 971.000 (jaren 30) tot 72.000 (nu).

-       Percentage ondervoede mensen: van 28 % (1970) tot 11 % (2015).

-       Beschermde natuur: van 0,03 % van het aardoppervlak (1900) tot 14,1 % (2016).

-       Vrouwenkiesrecht: van 1 land (1893) tot 193 van de 194 landen.

-       Graanoogst per ha: van 1,4 ton (1961) tot 4 ton (2014).

-       Geletterdheid: van 10 % (1800) tot 86 % (2016).

-       Meisjes op school: van 65 % (1970) tot 90 % (2015).

-       Dekking van het stroomnet: van 72 % (1991) tot 85 % (2014).

-       Toegang tot internet: van 0 % (1980) tot 48 % (2017).

-       Water uit veilige bron: van 58 % (1980) tot 88 % (2015)

-       Minstens 1 vaccinatie voor 1-jarigen: van 22 % (1980) tot 88 % (2016).

-       Mobiele telefoon: van 0,00003 % (1980) tot 65 % (2017).

We moeten beseffen dat de media vooral negatief nieuws verspreiden. Goed nieuws wordt veel minder vermeld. Vooral geleidelijke verbeteringen komen zelden in het nieuws. We moeten ons ook realiseren dat meer nieuws niet noodzakelijk meer leed betekent. Ook moeten we oppassen met het verheerlijken van vroegere ervaringen. 

3. Het rechte-lijninstinct

Gedurende bijna 10.000 jaar nam de wereldbevolking langzaam toe tot 1 miljard mensen in 1800. Daarna verdubbelde de wereldbevolking in 130 jaar. Vervolgens kwamen er in 100 jaar nog eens 5 miljard mensen bij. Nu zijn we met ongeveer 7,7 miljard.  Als we de curve van de laatste decennia doortrekken, komen er tegen 2100 nog eens 5 miljard bij. Maar volgens de Verenigde Naties hebben we alle redenen om aan te nemen dat de curve zal afvlakken. Die afvlakking heeft vooral te maken met een daling van het gemiddeld aantal baby’s per vrouw van 5 in 1965 tot 2,5 in 2017. Verwacht wordt dat vanaf 2060 elke generatie van 2 miljard mensen zal vervangen worden door een nieuwe generatie van 2 miljard mensen. Vooral het feit dat een steeds groter percentage van de wereldbevolking naar een hogere level evolueert, zorgt daarvoor.

Dit betekent niet dat rechte lijnen nooit voorkomen. Zo is er een continu positief verband tussen het inkomen en de levenslengte. Curves als glijbanen bestaan ook. Zo daalt het aantal baby’s sterk van Level 1 tot Level 3 om daarna ongeveer stabiel te blijken. Er zijn ook curven met een bult. Zo hebben kinderen van 12 uit Level 3 meer gaatjes dan kinderen uit Level 2 en uit Level 4. Er zijn ook curven die scherp stijgen. Zo verdubbelt de reisafstand in Levels 3 en 4.

4. Het angstinstinct

Onze voorouders konden overleven dankzij hun angst voor fysieke schade (geweld van mens en natuur), gevangenschap (verlies van controle en vrijheid) en besmetting (ziekte en vergiftiging). De angst voor al die zaken zit diep in ons verankerd. Daarom kunnen velen niet geloven dat het aantal doden als gevolg van natuurrampen tot minder dan de helft geslonken is.

De enorme media-aandacht voor spectaculaire overlijdens speelt uiteraard ook een grote rol. Nochtans bewijzen de statistieken dat die grote angst ongegrond is. Dit zijn de naakte cijfers van percentages van mensen die sterven aan een spectaculaire gebeurtenis: natuurramp (0,1%), vliegtuigongeluk (0,001 %), moord (0,7 %), terrorisme (0,05 %), kernongeluk (minder dan 1 %).

Wil je het angstinstinct in bedwang houden, dan kun je beter de risico’s berekenen. Risico’s hebben weinig te maken met angst, maar veel met gevaar en de mate van blootstelling. Paniek is een slechte raadgever. We kunnen beter eerst kalmeren vooraleer we een besluit nemen in een situatie waar gevaar mee gemoeid is.

5. Het grootte-instinct

Van nature hebben we de neiging om dingen uit verhouding te zien of hun omvang verkeerd in te schatten. Om te voorkomen dat we iets verkeerd inschatten, kunnen we best losse getallen vermijden. Vooral grote getallen zijn verraderlijk. Ze zien er bijna automatisch belangrijk uit. Een goed hulpmiddel is de 80/20-regel. Als we veel getallen moeten vergelijken, zoeken we best de grootste getallen. Zo is het belangrijk om weten dat nu meer dan de helft van de wereldbevolking in Azië woont.

De beste manier om een groot getal betekenis te geven is het delen door het totaal. Het is ook interessant om te zoeken naar hoeveelheden per persoon bij een vergelijking tussen landen en regio’s. 

 

6. Het generalisatie-instinct

Iedereen is voortdurend aan het categoriseren en generaliseren. Zo geven we structuur aan onze gedachten. Daarom zijn weinig mensen overtuigd dat 80 % van de één-jarigen een of andere vaccinatie kreeg toegediend. Om het generalisatie-instinct tegen te gaan kunnen we best twijfelen aan onze categorieën. Grote groepen splitsen we beter op in kleinere, nauwkeurige categorieën. Als er opvallende overeenkomsten zijn tussen verschillende groepen, onderzoeken we best of ze relevant zijn. We gaan er best niet van uit dat wat voor de ene groep (bvb. Level 4) opgaat, ook van toepassing is voor een andere groep. We moeten ook oppassen voor de meerderheid (soms maar 51 %). We moeten ook beseffen dat sprekende voorbeelden die we gemakkelijk onthouden dikwijls uitzonderingen zijn. Als iets vreemd lijkt, kunnen we best in eerste instantie nieuwsgierig en nederig zijn.

7. Het lotsinstinct                                          

Dit is het idee dat het lot van landen, religies of culturen wordt bepaald door karaktereigenschappen die ze van nature hebben. Dikwijls zorgen kloven (1e instinct) en generalisaties (6e instinct) ervoor dat we groepen als onveranderlijk zien. Maar samenlevingen zijn constant in beweging. Zo komt het dat vrouwen van 30 jaar nu al gemiddeld 9 jaar naar school zijn geweest (mannen gemiddeld 10 jaar). Zo komt het dat het aantal baby’s per vrouw sterk gedaald is (er is een rechtstreeks verband met overstappen naar een hoger level). Zelfs godsdienst kan die evolutie nauwelijks remmen. Zo hebben islamitische vrouwen nu gemiddeld 3,1 kinderen en christelijke vrouwen 2,7 kinderen.

Om het lotsinstinct in bedwang te houden kunnen we vier dingen doen:

- beseffen dat jaarlijks kleine veranderingen uiteindelijk één grote verandering vormen.          - regelmatig onze kennis verversen.                                                                                                                     - nadenken over de waarden van onze grootouders, die verschillen van de onze.                       – voorbeelden verzamelen van culturele verandering.

8. Het éénperspectiefinstinct

We vinden simpele ideeën heel aantrekkelijk. Daarom gebruiken we ze graag als oplossing voor allerlei zaken. Maar we kunnen beter onze favoriete ideeën continu testen op zwakke plekken.

Geef een kind een hamer en alles ziet eruit als een spijker. Wie waardevolle expertise bezit, heeft de neiging om ze te pas en te onpas te benutten. Grote kennis kan het vermogen van een deskundige om te zien wat werkt, in de weg zitten.

Ideologieën kunnen fantastische dingen teweeg brengen. Denk maar aan de liberale democratie en de algemene ziekteverzekering. Maar ideologieën kunnen zo gefixeerd raken op één specifiek idee dat de gevolgen schadelijk zijn. Zo besteden de V.S. meer dan 2 keer zo veel geld per persoon aan gezondheidszorg dan andere kapitalistische landen van Level 4. Toch is de levensverwachting hoger in 39 andere landen.

Om het eenperspectiefinstinct in bedwang te houden, passen we best enkele regels toe:

-       Laat mensen die het niet met je eens zijn, je ideeën testen.                                   

-       Claim geen deskundigheid buiten je eigen terrein.

-       Sta open voor ideeën vanuit andere vakgebieden.

-       Koester je cijfers om wat ze je vertellen over het echte leven.

-       Hoed je voor simpele ideeën en simpele oplossingen.

9. Het zondebokinstinct

Dit is het instinct waarmee we op zoek gaan naar een duidelijke, simpele reden waarom er iets naars gebeurt. Bijna automatisch schrijven we een persoon of een groep kwade bedoelingen toe. Meestal zoeken we een slechterik die onze bestaande overtuigingen bevestigt, zoals foute zakenlieden, liegende journalisten of buitenlanders. In plaats van journalisten te beschuldigen zouden we ons beter afvragen waarom journalisten een scheef beeld geven van de wereld. Het antwoord zou kunnen zijn dat we van media niet kunnen verwachten dat ze de werkelijkheid weergeven. Ze moeten immers constant vechten om de aandacht van de consument. Bovendien zijn journalisten ook mensen met drama-instincten.

In de Middellandse Zee zijn al duizenden migranten verdronken, waaronder veel echte vluchtelingen uit een door oorlog verscheurd land. We wijzen mensensmokkelaars met de vinger, maar ons Europees migratiebeleid is minstens medeverantwoordelijk voor de verdrinkingen.

Door het zondebokinstinct schrijven we individuen meer macht en invloed toe dan ze verdienen, ten goede en ten kwade. Alhoewel de kerk krachtig het gebruik van anticonceptiva veroordeelt, ligt het gebruik hiervan met 60 % in overwegend katholieke landen hoger dan in de rest van de wereld (58 %). Anderzijds zijn er instituties die te weinig aandacht krijgen. Zo kon in Afrika een grote Ebola-epidemie worden voorkomen door de inzet van gezondheidswerkers en ambtenaren op het terrein.

Ook de industriële revolutie heeft miljoenen levens gered. Dit gebeurde niet dankzij idealistische leiders, maar gewoon omdat ze dingen produceerde als chemische wasmiddelen. Daardoor hebben nu 2 miljard vrouwen meer tijd om te studeren, te lezen, enz. Overigens heeft nu al 80 % van de wereldbevolking enige toegang tot elektriciteit. 
We moeten dus onze neiging onderdrukken om een zondebok te zoeken. Beter gaan we op zoek naar het systeem, waardoor het probleem ontstond. Ook bij positieve zaken kijken we beter naar systemen dan naar helden.

 

 

10. Het urgentie-instinct

 Dit instinct, dat dikwijls wordt gebruikt door verkopers en activisten, zorgt ervoor dat we onmiddellijk in actie willen komen zodra we een gevaar zien opdoemen. Het bewees ons in het verleden goede diensten (o.m. met tijgers in de buurt). Ook nu is het nog nuttig (o.m. als plots een auto voor ons opduikt). Maar we hebben geen instinct dat ons aanzet om in actie treden voor gevaren in een verre toekomst. Activisten proberen ons in beweging te krijgen door ons ervan te overtuigen dat een onzeker risico in de toekomst eigenlijk een zekerheid is, dus dat in actie komen een kwestie is van nu of nooit. Wel kunnen ze daardoor hun geloofwaardigheid en het vertrouwen van het publiek kwijt geraken. Om dit instinct in bedwang te houden kunnen we best kleine stapjes zetten:

-       Vraag meer tijd en info. Het is zelden nu of nooit en zelden of… of…

-       Zorg dat je relevante en juiste data krijgt.

-       Eis een volledig scala aan scenario’s. Vraag hoe vaak zo’n voorspellingen uitkomen.

-       Vraag naar de neveneffecten. Vraag hoe het idee is getest. Vaak zijn stapsgewijze, praktische verbeteringen waarvan de impact wordt geëvalueerd, effectiever.

Feitenkennis in de praktijk

In het onderwijs moet geleerd worden om constant kritisch te denken, waarbij regelmatig wordt nagedacht of een of ander instinct meespeelt. Tevens moeten bescheidenheid en nieuwsgierigheid gestimuleerd worden.

Ook de bedrijfswereld moet dringend het wereldbeeld bijsturen en beseffen dat het belangrijk is om bijvoorbeeld geen 1 miljard mensen op het verkeerde continent te plaatsen.

In onze eigen leefwereld (o.m. organisaties) moeten we dat verbeterde wereldbeeld toepassen. Ondanks dat positievere wereldbeeld mogen we onze ogen niet sluiten voor 5 reële gevaren:

-       Een wereldwijde pandemie (griep?, ebola?, ander virus dan griep?)

-       Een financiële ineenstorting (wanneer gebeurt de volgende bankencrisis?)

-       Een derde wereldoorlog (vrede maakt duurzaamheidsdoelen haalbaar)

-       Klimaatverandering (wanneer echte wereldsolidariteit?)

-       Extreme armoede (dit is nog altijd realiteit, ook al blijft die armoede jaar na jaar dalen). Als dit systematisch aangepakt wordt, kan dit fenomeen binnen enkele decennia verdwijnen.

Deze gevaren moeten bestreden worden met een koel hoofd en betrouwbare data. Wereldwijde samenwerkingsverbanden zijn nodig om deze gevaren te verkleinen.   

 

 

Terug naar Nieuws
An Degryse

Over An Degryse

Na het behalen van een Master in de psychologische wetenschappen en 15 jaar werkervaring, wil ik al mijn kennis en talenten inzetten als consultant voor Rainbow Resources. Ik wil alle opportuniteiten die op mijn pad komen maximaal benutten. Dat doe ik om mijn kennis te laten groeien, te bouwen aan een netwerk en ervaring op te doen in verschillende segmenten van het werkveld. Bv. ik heb een team uitgebouwd en geleid van 3 naar 20 mensen, meerdere marketingcampagnes uitgerold en veel mensenkennis opgedaan doorheen de afgelopen jaren. Ik wil bij Rainbow een nieuwe regio uitbouwen en onze kwaliteitsvolle dienstverlening uitdragen bij onze klanten in Vlaanderen.

Bij Rainbow hebben we allemaal een grote passie voor onze klanten en kandidaten, een diepgeworteld respect voor mens en verandering en een echte hands-on mentaliteit om tot bevredigende oplossingen te komen voor klant en kandidaat. 

Als ik niet aan het werk ben dan vind u mij op een concert, in het zwembad, op de trainingsbaan of bij mijn gezin.

Contacteer An Degryse

Deze website maakt gebruik van cookies! Meer details over onze cookies kan je terugvinden in ons cookiebeleid